19/04/2012

Tijden veranderen, mensen niet

Deze presentatie maakte ik voor Meijer Verwijk Kleverman. De podia om je boodschap te verkondigen zijn drastisch veranderd, maar mensen raken nog steeds op dezelfde manier geprikkeld en verleid.

Advertenties
10/04/2012

Meijer interviewt Molovich

Max Jodocus Molovich. Erkend miskend genie. Verwarringszaaier. Oprichter, hoofdredacteur en auteur van internetmagazine Nurks. Had zich ooit ten doel gesteld het serieuze belachelijk te maken en het belachelijke serieus te nemen. Dat doet hij nog steeds wel eens, maar hij valt meer en meer samen met mij, zijn schepper.

Ik ontmoet Max in mijn hoofd, waar het bebaarde internetfenomeen mij vriendelijk toelacht vanuit zijn Chesterfield. Paardendekentje over zijn benen. In zijn mond bungelt een pijp. “Qua pijproken is Harry Mulisch mijn absolute voorbeeld”, begint Max vanuit het niets. “Als schrijver heb ik ‘m nooit zo weten te waarderen, maar als pijproker des te meer.”

Harry Mulisch en Max J. Molovich is een verhaal apart. Max zoog ooit, toen de grote meester 80 werd, een ellenlang interview met Harry uit zijn duim. Daarna schreef Max De Ontdekking van de Hema, waarin Harry Mulisch vlak voor de Hema door lijn 5 wordt aangereden. Max beschouwt deze twee stukken als hoogtepunten, en ik kan het moeilijk met hem oneens zijn.

BEARD MUGSHOT
MEIJER: Kun je vertellen hoe het allemaal begon?
MOLOVICH: (glimlacht) Eigenlijk kun jij dat beter. Jij werd ooit, wanneer was het, ergens in 2002 door de Belgische cartoonist Lectrr (o.a. bekend van nu.nl, red.) benaderd om columns te schrijven. Hij kende jou als Vork Ventiel, die stukjes schreef op het forum van Kamagurka. En toen heb jij mij verzonnen. Toch?
MEIJER: Je naam kwam uit het niets. Je hebt dezelfde initialen als ik. Vervolgens begon ik op internet te zoeken naar een passend portret. Ik tikte ‘beard mugshot’ in en kwam bij jou terecht.
MOLOVICH: Kijk, zo simpel kan het dus zijn. Het voelde wel gelijk goed, moet ik zeggen. Die olijke kop met die baard. Maakt vrolijk.
MEIJER: Wat voor stukken schreef je voor Lectrr?
MOLOVICH: Ik probeerde een satirische draai aan het nieuws te geven. Deed net of ik de groten der aarde van advies voor zag. Vooral als er iets fout was gegaan, dan deed ik alsof dat door mij kwam. Berlusconi, Prins Bernhard, Arnold Schwarzenegger, ik rekende ze tot mijn persoonlijke vriendenkring. Ik opereerde op het snijvlak van de geschiedenis. Mijn grote voorbeeld was Humo’s Cornelius Bracke.

ZWEMMENDE DICTATORS
MEIJER: Daarna werd je een internetnomade.
MOLOVICH: Ik zwierf van blog naar blog. Ik schreef veel op Bicat. Daarna heel veel op Panzerfaust. Ik begon een eigen blog onder de naam Chimsky. Op AT5.nl heb ik een column geschreven. In september 2009 heb ik Nurks opgericht. Daar komen mijn favoriete bloggers samen.
MEIJER: Op welke stukken ben je het trotst?
MOLOVICH: Er zijn een hoop stukken waar ik trots op ben. Ik kan nog altijd smakelijk lachen om mijn essay over Zwemmende Dictators. Mijn brief aan Arnon Grunberg is mij dierbaar. En de stukken die ik schreef naar aanleiding van de geboorte van mijn kinderen (1, 2) natuurlijk.
MEIJER: Ja, die vind ik ook erg mooi. Het zijn natuurlijk ook mijn kinderen. Heeft de geboorte van onze kinderen je schrijven denk je verandert?
MOLOVICH: Ik weet het niet. Toen ik het stuk over M. had geschreven, dacht ik: ik mag nu alleen nog maar de waarheid schrijven. Als ik ook maar iets anders dan de waarheid schrijf, verraad ik mijn zoon. Maar dat gevoel ebde weg. Al vrij snel begon ik weer loopjes met de werkelijkheid te nemen.

99 KEER HETZELFDE VERHAAL
MEIJER: Je hebt dankzij onze zoon wel een Blogparel (voor de Zwijnen) gewonnen.
MOLOVICH: Ja, dat is waar. Voor een stukje waarin ik hem wat uitleg geef over de evolutietheorie. Ook een stukje waar ik trots op ben, trouwens.
MEIJER: En je bent met hem 99 keer de Bibliotheek van Amsterdam gaan bezoeken.
MOLOVICH: Klopt. Ergens in februari 2011 ben ik met mijn zoon in de kinderwagen naar de Bibliotheek van Amsterdam gegaan om Stijloefeningen van Raymond Queneau te lenen. Was ik al een tijdje naar op zoek. Het boek bleek uitgeleend, terwijl in de computer stond dat ie aanwezig was. Diezelfde avond heb ik dat verhaal vijf keer op AT5 verteld, als knipoog naar de Stijloefeningen van Queneau. Ik wist toen eigenlijk meteen: ik moet dit doorzetten. Dat heb ik toen ook maar gedaan. Ik heb 99 keer, steeds in een andere stijl, dat verhaal verteld.
MEIJER: Heb je nog een levensmotto?
MOLOVICH: Succes is voor losers.
MEIJER: Denk je ooit te stoppen met schrijven?
MOLOVICH: Misschien als ik sterf.